‘Mama, ik ben wakker!’ Met deze kreet word ik vrijwel elke ochtend gewekt en mijn reactie hierop is in gedachten vrijwel altijd een: ‘Nee, niet nu al.’ Mijn dochter komt stuiterend en kletsend mijn slaapkamer in en weer denk ik: ‘Nee, nog even niet.’ We kleden ons aan, gaan naar beneden en ik maak het ontbijt onder begeleiding van mijn dochters geklets en gezang. Als we samen aan tafel zitten te ontbijten, moet ik even bijkomen. Ik heb al een deel van mijn spaarzame energie gebruikt en het is net 8 uur ’s morgens. De dag duurt nog lang en er moet nog zoveel.

Ruim vier jaar geleden word ik onverwacht, maar zeer gewenst zwanger. Al snel voel ik mij niet fit. Het is mijn eerste zwangerschap dus ik weet niet hoe ik mij zou moeten voelen, maar mijn intuïtie zegt dat er iets niet klopt. Mijn intuïtie blijkt gelijk te hebben. Rond de 32e week is mijn bloeddruk verhoogd. Er volgen weken van regelmatige ziekenhuisbezoeken. De spanning loopt op, dit voelen mijn man en ik allebei. Uit de onderzoeken blijkt dat ik steeds zieker word en uiteindelijk word ik opgenomen. Er wordt dan al snel besloten de bevalling in te leiden. Mijn man en ik hebben geen idee wat er gebeurt, maar vragen stellen komt niet in ons op. Het gaat allemaal zo snel. Ik heb het HELLP-syndroom* en raak steeds verder van de wereld. Na verschillende nare medische handelingen wordt onze dochter na een zwangerschap van ruim 36 weken geboren. Ze is piepklein (vier pond), maar kerngezond. Ondanks dat ik al zo lang uitkijk naar het moment dat ik mijn dochter op mijn borst gelegd krijg, hiermee niet meer zwanger ben en me dus weer beter zou moeten gaan voelen, voel ik niks. Mijn ogen zitten dicht door het vasthouden van veel vocht en ik heb de kracht niet mijn dochter vast te houden. Ik verwacht tranen van blijdschap, maar ben verdoofd. Er worden foto’s gemaakt. Foto’s die we later moeten missen omdat de harde schijf van onze laptop crasht. Ik heb geen herinneringen en geen beeldmateriaal van de bevalling en de eerste uren/dagen daarna. Het is een traumatische ervaring en enkele weken later wordt er PTSS* bij mij vastgesteld.

‘De kritieke fase is voorbij.’, vertelt de gynaecoloog mij drie dagen na de bevalling. Deze opmerking komt hard aan. Ik ben dus echt heel ziek geweest. Ondanks dat uit de onderzoeken blijkt dat ik weer aan de beterende hand ben, voel ik mij nog steeds vreselijk. Het voelt alsof mijn hersenen onder grote druk staan. Ik lig al dagen in een donkere kamer met zo min mogelijk geluid en bezoek. Mijn dochter is opgenomen op de kinderafdeling, maar zelfs een bezoekje aan haar kan ik nauwelijks aan. Toch word ik een week na de bevalling ontslagen uit het ziekenhuis en ook onze dochter mag naar huis.

Het traplopen is voor mij een hele onderneming, mijn man moet achter mij aanlopen om te voorkomen dat ik achterover val. Ik ben slap en mijn hoofd gonst. Mijn hoofd is blanco, zo wil ik een broodje smeren om vervolgens een mes in handen te hebben en niet meer te weten hoe dit moet. Ik heb geen energie en naast een dappere poging om te kolven, doe ik weinig anders dan op bed liggen. Helaas is er voor een situatie als de onze geen (betaalbare) hulp te regelen en dus zijn we aangewezen op onze omgeving. Tot op de dag van vandaag is mijn moeder onze grootste hulp. De sfeer in ons huis is gespannen. Mijn man en ik worstelen ons door elke dag, ieder met een andere oorzaak en ieder op zijn/haar eigen manier. Onze dochter voelt dit en huilt mede hierdoor veel. Mijn moeder is regelmatig de enige die haar rustig krijgt en dit doet pijn. Ik ben haar moeder, ik zou dit moeten doen. Als mijn man na enkele weken weer aan het werk moet, stort ik voor de zoveelste keer letterlijk en figuurlijk in en moet ik een paniekerig telefoontje naar mijn moeder plegen. Zij komt direct om mij en mijn dochter te helpen. Helaas komen dit soort momenten vaak, met perioden dagelijks, voor.

‘Mama, ik ben wakker!’. Op sommige dagen doet deze blije kreet van mijn dochter zeer aan mijn hoofd. Ik heb veel klachten aan het HELLP-syndroom overgehouden. Ondanks dat dit medisch gezien niet vast te stellen is, noem ik het ‘hersenschade’. Mijn kortetermijngeheugen is aangetast, ik heb problemen met mijn concentratie en ik ben snel overprikkeld. Een simpele handeling als het maken van een boodschappenlijstje is voor mij een hele opgave. Mijn hoofd geeft snel kortsluiting en dan komt er niks meer uit mijn handen. Dit alles uit zich in vermoeidheid. Vrijwel elke middag ga ik nog even mijn bed in om ‘de wereld uit te zetten’. En alles wat ik doe, moet gedoseerd. Maar hoe doe je dit met een peuter die 24/7 jouw aandacht wil?

‘Mama, wat ben je aan het doen?’ ‘Mama, wat gaan we vanavond eten?’ ‘Mama, waar werkt papa vandaag?’ ‘Mama, wil je mij helpen?’ De dag met mijn dochter begint steevast met een kletsend en zingend meisje. Haar vrolijkheid en energie zijn aanstekelijk, maar helaas ontbreekt het mij vaak aan energie om hierin mee te gaan. Het is ook juist datgene wat mij veel energie kost. Een ochtend met haar naar een indoorspeeltuin kost mij drie dagen bijkomen. Samen op visite? Liever alleen als mijn man mee kan. Op sommige momenten is met haar naar de speeltuin om de hoek gaan al een onderneming. Naar de supermarkt gaan, alleen of met mijn dochter, doe ik bij voorkeur niet. Autorijden is vaak geen veilige zet, want hoe werkte dat knipperlicht ook alweer?

Een emmertje zand, zo omschrijf ik mijn dag en energieverdeling vaak. De meeste mensen beginnen de dag met een onbeperkte hoeveelheid mogelijkheden en energie om te doen waar ze zin in hebben of moeten doen. Zij hebben een emmer vol zand en de emmer is een bodemloze put. Dit geldt niet voor mij. Elke activiteit die ik doe kost mij wat zand. Mijn dagen moet ik zorgvuldig plannen om te voorkomen dat mijn emmertje nog voor het einde van de dag leeg is. Maar soms is dat niet voldoende. Het kan zomaar zijn dat al het zand ineens door mijn vingers glijdt en het emmertje in één keer leeg is. Mijn energie is op terwijl de dag nog niet voorbij is. Als het dan nog lang duurt voordat mijn man thuis komt, moet ik hulp inschakelen. Mijn moeder is vrijwel altijd stand by om bij te springen tot mijn man er is en hij het van haar kan overnemen. Het is vreselijk om te zeggen, maar ik kan mijn dochter op deze momenten niet om mij heen verdragen. Ik kan haar niet geven wat ze nodig heeft, namelijk onverdeelde aandacht. Onze dochter is het mooiste wat ik heb in mijn leven, haar aanwezigheid niet om mij heen te kunnen hebben doet mij intens veel verdriet. Ik hoef mij niet schuldig te voelen, ik kan er tenslotte niks aan doen ziek te zijn geweest, maar elke moeder zal begrijpen hoe moeilijk het is dit te moeten ervaren.

De actieve moeder die ik zo graag had willen zijn, ben ik niet. Als mijn man en dochter samen spelen, bekijk ik dit vanaf de zijlijn. Ik ben trots dat zij er zijn en geniet enorm van hun schaterlach, maar het doet pijn vaak niet deel te kunnen nemen aan hun gestoei. Toch probeer ik het leven met mijn dochter wel leuk te houden. Ik plan activiteiten met de uiterste precisie, maar een poepluier toen mijn dochter nog luiers droeg, kan al roet gooien in mijn planning en energieverdeling.

Ik ben arbeidsongeschikt en een thuisblijfmoeder, ondanks dat het de bedoeling was dat ik 3 à 4 dagen zou blijven werken na mijn zwangerschapsverlof. Het thuisblijven is geen bewuste keuze en dit is niet wat ik mijn dochter mee had willen geven. Ik had haar graag willen leren dat vrouwen ook gewoon werken, net zo goed als haar vader en opa dit doen. Ik ben afhankelijk van haar vader en dat wil ik haar (als dochter van een echte feministe) juist niet leren. Mijn dochter ervaart het uiteraard en gelukkig anders, zij zegt: ‘Papa werkt en mama sport.’ En zo is het. Doordat ik sport, wek ik de indruk die actieve moeder te zijn. Een buitenstaander zal dit zien. Hopelijk voelt mijn dochter dit ook zo. Wat zij niet weet, is dat ik mijn sportmomenten plan ik op de dagen dat zij niet thuis is. En wat de buitenstaander niet ziet is hoe ik mij door sommige dagen heen moet worstelen. Eén dag in de week is mijn dochter bij mijn ouders thuis en anderhalve dag per week vermaakt ze zich prima het kinderdagverblijf. Dit zijn mijn ‘bijkomdagen’. Zonder deze dagen zijn de weken te lang voor mijn spaarzame energie.

Op de dagen dat mijn man thuis is, zorg ik voor de randvoorwaarden. Het eten staat op tijd op tafel en de wasmachine draait. Ondertussen zorgt mijn man voor onze dochter. Mede hierdoor is onze wereld klein. Ons sociale leven heeft heel lang stil gestaan en helaas hebben maar weinig mensen hier begrip voor. De wereld van onze dochter is om deze reden ook klein. Gelukkig maakt zij veel contact met de kinderen op het kinderdagverblijf en lijkt zij op te groeien tot een meisje wat van mensen om haar heen houdt. En de mensen, maar vooral wij, houden van haar.

‘Het eerste jaar is jou afgepakt.’ Dit is wat iemand tegen mij zei toen ik immens verdrietig was rondom de eerste verjaardag van onze dochter. Het eerste jaar van mijn dochters leven was voorbij en ik had niet voor haar gezorgd zoals ik graag had gewild. Het tweede jaar vloog ook om. Met haar derde verjaardag heb ik er bewust voor gekozen de tijd met mijn dochter optimaal te gebruiken. Tot die tijd had ik niet de kracht om deze bewuste keuze te maken en mij op sommige momenten over mijn gebrek aan energie te zetten. Over een paar maanden gaat mijn dochter naar school. Tot die tijd probeer ik van elke dag dat zij thuis is, en ik mij goed genoeg voel, volop te genieten. Voordat we het in de gaten hebben is ze zo ver om volledig zonder haar papa en mama de wereld in te gaan. Ik hoop van harte dat zij later met een positieve blik terugkijkt op haar jeugd.

*HELLP-syndroom: een ernstige zwangerschapscomplicatie die levensbedreigend is voor de vrouw en het ongeboren kind. Er is hierbij sprake van een verhoogde afbraak van rode bloedcellen, een verstoorde leverfunctie en een tekort aan bloedplaatjes waardoor de bloedstolling wordt ontregeld.

Zie ook www.hellp.nl *PTSS: posttraumatische-stressstoornis

13479395_1742985185939275_1872047922_n

Advertenties